Details
301 p. : ill.
Besprekingen
De Standaard
Waar gaan al die mensen naartoe? En, waar komen ze toch allemaal vandaan? Het is een bekend gevoel in winkelstraten en treinstations, plekken waar je de een na de ander tegenkomt zonder ook maar iemand te ontmoeten. Je kunt een winkel binnenstappen en aangesproken worden: “Kan ik u helpen?” Je stapt de trein op en groet een medereiziger. Op z'n minst bevestig je elkaars bestaan, veel verder hoeft het niet te gaan. Op die “Kan ik u helpen?” word je niet verwacht al te diep in te gaan.
In De meteoren nemen scenarist Deveney en tekenaar Redolfi een kleine steekproef uit die anonieme mensenmassa. Ze reduceren de wereld tot een grijs Amerikaans stadje met een diner waar de koffie wordt geschonken, een te groot lokaal filiaal van meubelketen AEKI, en regen die doet snakken naar sneeuw - allemaal redelijk somber.
Hollie wacht in het donker op de bus omdat haar auto stuk is. Een grote, zware man komt op het hokje afgewaggeld. Ze houdt het noodnummer 911 al ingedrukt. Maar Floyd blijkt een vriendelijke witte reus die zich al meteen verontschuldigt dat hij haar niet herkent, want hij lijdt aan black-outs. Geen zorg, zegt de zwarte vrouw, ze kenden elkaar nog niet. En zo zijn ze allebei gerustgesteld.
Wandelend kruispunt
Zo volgen we een tiental passanten die langs elkaar heen scheren, soms botsen of schuren, of elkaar op een zachte manier weten te raken. Er is de verpleegster Hollie, die de bejaarde meneer Philipps verzorgt, en daarvoor bedankt wordt met zijn gekanker. Haar puberzoon Elijah hangt liever rond op de skatebaan dan dat hij thuis is. Er is Casey, te mooi om alleen in een trailer te wonen, die haar hond Chuck kwijt is. Charlie die de koffie bijschenkt in haar all American diner . En Sammy en Gary, en nog een handvol mensen die onderweg zijn: waarvandaan, waarheen?
Ze trekken van links naar rechts door die kale landschappen in vale tonen. Het oblongformaat - het boek is breder dan dat het hoog is, zoals bij oude stripboekjes met hun tekst onder de prenten - trekt dat lineaire van die levenslopen door. Telkens wanneer Floyd verschijnt, lijken de lijnen te convergeren. De vriendelijke reus is een wandelend kruispunt voor mensen die elkaar anders zouden ontwijken.
Tussen de scènes door zien we een meteoor door de ruimte zoeven, voor de maan schuiven, raketten ontwijken, een satelliet passeren; de ramkoers met de aarde lijkt onvermijdelijk. Maar waar die in Melancholia , de film van Lars von Trier uit 2011, de kern van het verhaal vormt, heeft De meteoren die meteoor eigenlijk niet nodig om ons te wijzen op de vergankelijke driften in een eindige wereld.
Er schuilt meer hoop en troost in deze graphic novel dan de donkere plaatjes doen vermoeden en dan je zou geloven na het citaat van Raymond Carver waarmee het boek opent: “Ik heb niets om voor te leven. En zo moet ik verdergaan. Geen levensdoel. Alleen de ene na de andere handeling waar je de betekenis aan mag geven die je wilt. Dwang en dwaling, net als iedereen.”
Op z'n minst eindigen we toch samen.